Een huis wordt een thuis
BijBram en Fien Wonen werken samen om leden die klaar zijn voor de volgende stap vanuit beschermd of begeleid wonen de kans te geven zelfstandig te wonen. We spreken Dike van BijBram en Chantal van Fien Wonen over hoe die samenwerking is ontstaan en waarom deze zo goed werkt. Ook Perry en Esmée vertellen wat de stap naar een eigen woning voor hen heeft betekend.
Hoe is de samenwerking ontstaan?
Dike: De samenwerking is ontstaan in de tijd van Wilco. Daarvoor deden we al regelmatig kleine klusjes voor Fien Wonen, zoals het opruimen van tuinen of het leeghalen van woningen. Tegelijkertijd merkten wij dat de woningmarkt steeds krapper werd en dat veel van onze leden nauwelijks kans maakten op een zelfstandige woning. Toen is de samenwerking ontstaan.
Inmiddels is de samenwerking officieel vormgegeven. Wij krijgen voorrang op een huis voor mensen die die kans echt nodig hebben. BijBram krijgt de mogelijkheid om woningen te huren voor leden die via de reguliere weg nauwelijks kans maken op een woning of extreem lang moeten wachten. Wij huren de woning het eerste jaar. Wanneer het huurderschap goed verloopt, wordt de woning daarna overgezet op naam van het lid.
Chantal: In de loop van de jaren is de rol van een sociale verhuurder veranderd. Door regelgeving vanuit de overheid, prestatieafspraken met gemeenten en veranderingen in de maatschappij is het belangrijk om goed samen te werken met lokale organisaties.
Samen zoeken we oplossingen om het woonplezier, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeenten Vijfheerenlanden en Hardinxveld-Giessendam te vergroten. Vanuit de gedachte dat samenwerken op het gebied van wonen en goede begeleiding ook een juiste basis is voor de overstap van beschermd of begeleid wonen naar zelfstandig wonen, zijn we in 2020 een pilot gestart. Dit is in 2022 omgezet in een samenwerkingsovereenkomst waarin onze afspraken zijn vastgelegd.
Er is sprake van voorrang. Levert dat weleens discussie op?
Dike: Ja, dat gebeurt zeker. Je hebt in regio Utrecht ‘Beter Wonen’. Dat is een project waar heel veel verschillende woningcorporaties bij zijn aangesloten. Zij vinden dat onze werkwijze oneerlijk is. Maar ik kijk daar anders naar. Volgens mij moet je doen wat nodig is om mensen een nieuwe kans te geven. Als onze manier ervoor zorgt dat mensen sneller en beter kunnen doorstromen, waarom zouden we daar dan tegen zijn?
Ik heb ook weleens gezegd: ‘Nodig me gerust uit, dan kom ik het uitleggen.’ We zien namelijk dat het werkt. Vrijwel iedereen die via ons een woning krijgt, doet het goed. Er is één uitzondering geweest waarbij het niet is gelukt. Maar eerlijk gezegd wisten we vooraf al dat de kans op succes heel klein was.
Chantal: Wij begrijpen ook niet waarom deze werkwijze als oneerlijk zou worden gezien. Wij werken samen aan een goede start voor iemand die uitstroomt uit een zorginstelling. Dit valt binnen de contingentregeling van de gemeenten Vijfheerenlanden en Hardinxveld-Giessendam. Juist omdat we korte lijnen met elkaar hebben en duidelijke afspraken, kunnen we alleen maar zeggen dat alle plaatsingen succesvol zijn.
Voor de mensen die het niet kennen: wat is Beter Wonen precies?
Dike: Beter Wonen is een samenwerking tussen meerdere woningcorporaties. Zij reserveren een percentage van hun woningen voor mensen die uit beschermd wonen doorstromen naar zelfstandig wonen. Organisaties geven vooraf aan hoeveel woningen zij denken nodig te hebben.
Het voordeel van Beter Wonen is dat er meer woningen beschikbaar zijn in een grotere regio, zoals Utrecht, Houten, Lopik en Nieuwegein. Het nadeel is dat de wachttijden vaak veel langer zijn. Daarom hebben wij er uiteindelijk maar een paar keer gebruik van gemaakt.
Waarom werkt de samenwerking met Fien Wonen zo goed?
Dike: De samenwerking is eigenlijk heel organisch gegroeid. We hebben korte lijnen en veel onderling contact. Het werkt bovendien twee kanten op. Als Fien Wonen merkt dat een huurder ergens tegenaan loopt, nemen ze contact met ons op. Dan kijken wij of we hulp kunnen bieden. Want als iemand weer goed op de rit komt, heeft Fien Wonen daar natuurlijk ook baat bij.
Verder zijn er duidelijke afspraken gemaakt over het aantal woningen dat beschikbaar is voor BijBram. Die afspraken worden aan beide kanten goed bewaakt.
Chantal: Ja, en we hebben hetzelfde gezamenlijke doel. Als sociale verhuurder hebben wij de taak en verplichting om ons maatschappelijk in te zetten voor de mensen die het soms zelf net niet redden. En naar mijn optiek is dit ook waar BijBram voor staat. Hierdoor sluiten we naadloos op elkaar aan. En dit is heel erg waardevol.
Hoe ziet de samenwerking er in de praktijk uit?
Dike: Ik houd zelf een lijst bij van leden waarvan ik denk dat zij klaar zijn voor een volgende stap. Daarbij kijk ik natuurlijk ook naar de input van collega's. Wanneer er een woning vrijkomt, bekijken we wie daarvoor in aanmerking komt. Daarbij speelt bijvoorbeeld mee waar iemand wil wonen en welke woning passend is.
In principe heeft Fien Wonen weinig direct contact met de huurder. Wij huren de woning en begeleiden het hele traject.
Hoe bepalen jullie wie in aanmerking komt?
Dike: Het gaat echt om mensen die via de gewone weg jarenlang zouden moeten wachten op een woning. Vaak zijn het leden die klaar zijn om uit een beschermde woonvorm door te stromen naar zelfstandig wonen, zoals Perry en Esmée.
Het is dus niet zo dat iemand zich zomaar kan aanmelden omdat hij of zij een woning zoekt. Er moet echt sprake zijn van een passende volgende stap.
Perry, jij zat in een beschermde woonvorm. Kun je daar iets over vertellen?
Perry: Klopt. Ik ben vanuit de afkickkliniek bij De Hoop in Dordrecht terechtgekomen, zodat ik niet direct terug hoefde naar mijn oude omgeving. Ik woonde toen op een woongroep waar van zeven uur 's ochtends tot elf uur 's avonds begeleiding aanwezig was.
Zij keken ieder jaar of mijn verblijf daar verlengd moest worden. Maar als je op een gegeven moment met dagbesteding of werk alles weer een beetje op de rit krijgt, willen ze wel graag dat je doorstroomt naar zelfstandig wonen, omdat er natuurlijk genoeg andere mensen zijn die die hulp ook goed kunnen gebruiken.
Bij mij was toen sprake van óf verlenging óf terug naar mijn ouders, want ik had natuurlijk niet ineens een eigen woning. Toen hoorde ik van de samenwerking tussen BijBram en Fien Wonen en heb ik aan de bel getrokken. Dike is toen gaan kijken wat de mogelijkheden waren.
Hoelang duurde het voordat jij een eigen huurwoning kreeg?
Perry: Vanaf het eerste gesprek tot de woning duurde ongeveer een half jaar. Toen het zover was, ging het ineens heel snel.
Dike: Ja, dat is wel een beetje hoe het gaat. Als Fien Wonen zegt: ‘We hebben een woning’, dan moet er snel geschakeld worden. Soms overval je mensen daar een beetje mee.
Esmée, jij woonde ook in een beschermde woonvorm, toch?
Esmée: Klopt, bij Yulius.
Was dat vergelijkbaar met dat van Perry?
Esmée: Ik woonde met drie andere jongens in één huis. Je had alleen een eigen slaapkamer; de keuken, badkamer en woonkamer deelden we. Ik heb daar bijna drie jaar gewoond.
En jij wilde zelf door, of moest je eruit?
Esmée: Je hebt daar verschillende mogelijkheden. De meeste mensen stromen door naar een andere vorm van beschermd wonen, waarbij je wel een eigen appartement krijgt. Maar die wachtlijsten lopen op tot drie tot vijf jaar.
Voor mij was dit ook een spoedplaatsing. Je kunt dan niet zelf kiezen waar je terechtkomt. Je kunt het natuurlijk afwijzen, maar dan kom je weer onderaan de lijst.
Kwam jij al bij BijBram toen je daar woonde?
Esmée: Ja, daarvoor zelfs al. Ik zat hier ook al in behandeling.
En heb jij toen zelf bij Dike aangeklopt?
Esmée: Nou...
Dike: Het was meer ons idee, omdat we vonden dat je niet te veel op de begeleiding moest blijven leunen. Jij had natuurlijk een soort 24-uurszorg. En hoe meer begeleiding er is, hoe afhankelijker je er ook van wordt. Volgens mij is het juist een gezonde stap om daar eens wat afstand van te nemen.
Esmée: Ja, dat kwam eigenlijk ook op het juiste moment, want toen ik een woning kreeg, was er qua personeel ook heel veel verloop. Volgende maand woon ik twee jaar zelfstandig. Dat is echt hard gegaan.
Is het een goede stap voor je geweest?
Esmée: Uiteindelijk wel. Niet per se makkelijk, maar de winst is dat ik een eigen plek heb.
Hoe is dat voor jou, Perry?
Perry: Ik heb nu mijn eigen plek. Dat geeft veel meer rust. In de beschermde woonvorm woon je met verschillende mensen die allemaal hun eigen problemen hebben. Sommige mensen gebruiken nog of stonden er heel anders in. Hier heb ik veel meer stabiliteit.
En ik ben nu voor het eerst echt op mezelf. Dat is ook goed om te ervaren.
Dike: Het is ook het gevoel dat je weer door kan. Beschermd wonen is hartstikke fijn en het is goed dat het er is, maar soms geeft het ook het gevoel dat je stilstaat. Ik vind ook dat het geen normaliserende woonvorm is, omdat je altijd te maken hebt met een groepsdynamiek en anderen die hun eigen problemen hebben.
Maar wat zijn de opties als leden niet via jullie samenwerking aan een woning komen?
Dike: Dan kom je in een superlang traject, terwijl je mensen juist wilt laten zien dat je in ze gelooft en dat je hen een kans wilt geven. Vanaf daar kunnen ze weer gaan bouwen.
Want weet je wat het ook is: sommige mensen hebben heel veel schulden, maar als je geen stabiele situatie hebt, mag je niet in de schuldsanering. Dus je blijft dan maar aanmodderen. Dat is gewoon uitzichtloos en daardoor zitten mensen helemaal vast.
De leden die nu via ons een woning hebben gekregen, kunnen nu ook de schuldsanering ingaan. Dus een eigen woning is echt het begin van een hele nieuwe start, omdat het alles in beweging zet.
Hoeveel leden hebben jullie al van een huurwoning voorzien?
Dike: We gaan nu wel over de tien, dertien geloof ik.
Wat hoop je over vijf jaar met deze samenwerking?
Dike: Dat iedereen die nu een woning via ons heeft gekregen er nog steeds woont en dat het goed gaat.
Wat zou je andere zorgorganisaties willen meegeven die iets vergelijkbaars zouden willen doen?
Dike: Ja, doe het. Ik ken niemand die dit heeft, terwijl ik zie dat het werkt. Doordat je korte lijntjes hebt en elkaar ook snel weet te vinden als het tegenzit.
Ik denk dat veel woningbouwcorporaties, maar ook hulpverleners, vaak in risico's denken. Ze denken: ‘Wat als dit niet goed gaat?’ Maar wij denken meer: ‘Wat nou als het wél goed gaat?’ Dan kan je echt een enorm verschil maken voor een ander.
Waar zijn jullie nu het meest trots op?
Chantal: Een huis wordt een thuis. Mensen krijgen een nieuwe kans om samen met hulpverlening hun leven nog meer op de rit te krijgen. Dit zorgt voor stabiliteit, verantwoording, positief toekomstperspectief en vertrouwen. Voor ons niet altijd zichtbaar, maar ik denk dat BijBram dit wel zo ervaart.
Dike: Ja, als iedereen zegt: ‘Dat gaat je niet lukken’, bijvoorbeeld met een woning voor iemand, dan bijt ik me er helemaal in vast. En dan lukt het. Perry en Esmée zijn daar mooie voorbeelden van.